Voorkomen is beter dan genezen


Honden. Ze maken een belangrijk deel uit van onze samenleving. Je hebt werkhonden en huishonden. Werkhonden werken met een doel. Dat kan zijn als zorghond in de bewaking, als redder in de nood tijdens rampen of als jachtmaat tijdens de jacht.


Alle honden hebben twee dingen met elkaar gemeen. Ze stammen allen af van de wolf en om in onze maatschappij te kunnen functioneren moeten ze opgevoed (getraind worden). Welke eigenschappen heeft een hond vanuit de oorsprong en wat moeten wij de hond kunstmatig aanleren?


Het gedrag van de wolven

Om een hond beter te begrijpen is het belangrijk dat we iets meer weten over het gedrag van de wolf. Het boek “De wijsheid van wolven” (Elli H. Radinger) beschrijft tot in de kleinste details het gedrag van wolven onder elkaar.


Wolven zijn in staat door het gebruik van lichaamssignalen, agressie te voorkomen en zelfs te stoppen. Ze zijn daar heel duidelijk in. Hun lichaamstaal is niet voor tweeërlei wegen uitlegbaar.

Honden hebben dezelfde eigenschappen alleen gebeurd dit subtieler en daardoor voor mensen moeilijker te herkennen.


Communiceren door het afgeven van signalen.

Als we kijken naar agressie geven honden signalen af om escalatie te voorkomen.

Ze geven deze signalen ruim voor een escalatie af. Hun lichaamstaal geeft aan wanneer zij iets niet oké vinden.


Honden geven signalen af als zij zich niet op hun gemak voelen of gestrest raken, ergens bang voor zijn of in een situatie verzeilt raken die zij wilden vermijden.


Oefenen

Om signalen af te geven en te begrijpen heeft een hond oefening nodig.

Puppy’s leren kijken en luisteren naar de lichaamstaal van de teef. De teef waarschuwt haar puppy’s door het afgeven van signalen (lichaamstaal) als zij vindt dat ze moeten stoppen met wat ze van plan zijn.


Haar lichaamstaal nodigt ook uit voor een liefkozing. De puppy’s kopiëren dit gedrag. Tijdens het spelen in de werpkist leren puppy’s elkaars lichaamstaal lezen. Dit gebeurt door te stoeien met geluid. Een fokker houdt dit natuurlijk in de gaten, maar laat het ingrijpen aan de teef over.


De jonge hond leert signalen te herkennen door contact met soortgenoten. Gebeurt dit te weinig dan zal de hond door het gebrek aan kennis onzeker opgroeien met alle gevolgen van dien.

Puppy’s moeten leren signalen te herkennen maar worden door hun nieuwe eigenaar uit bezorgdheid overdreven beschermd. Ze krijgen de kans niet om hun opgedane kennis in praktijk te brengen. Natuurlijk houd je als eigenaar alles goed in de gaten en grijp je in als de strijd niet meer in verhouding staat tot.


Voorbeeld 1

Twee honden ontmoeten elkaar. Hond A staat strak stil. Staart kwispelt. Hond B wendt zijn kop weg. Met andere woorden, je hebt van mij niets te vrezen.

Hond A gaat daardoor in de spelmodus staan gestrekte voorpoten lichaam laag, achterkant hoog. Zullen we stoeien? Oké zegt hond B.

Stoeien maar.


Door spel leert een hond signalen afgeven maar ook signalen lezen.

Kalmerende signalen waarmee gezegd wordt, je hoeft van mij niet bang te zijn of, doe rustig, niets aan de hand.


Een hond geeft ook dreigende signalen af zoals grommen, tanden optrekken, uitvallen.

Eerst zegt hij: niet doen, ik vind dit niet prettig. Helpt het grommen niet dan gaat hij een stap verder en trekt de tanden op (Ik waarschuw je) Raakt de andere partij daar ook niet van onder de indruk valt hij uit.


Voorbeeld 2

Mijn jonge enthousiaste reu van 14 maanden wil dolgraag stoeien. Elke dag is voor hem een feest. Nadat hij van mij toestemming heeft gekregen rent hij op hond B af. Zijn lichaamstaal is uitnodigend. Hond B vindt dit prima. Stoeien maar. Korte tijd later geeft hond B hele duidelijke signalen af. Hij staat stil verstrakt gromt en draait zijn hoofd weg. De jonge reu leest de signalen niet goed en gaat brutaal door met stoeien.


Hij kreeg een waarschuwing. Hond B gromde en liet zijn tanden zien. Dat maakte geen indruk dus valt hond B uit. Gevolg een kort gevecht die in het voordeel van de jonge reu bekrachtigd werd.


Je zou denken dat de jonge reu hier niets van geleerd heeft. Niets is minder waar.

Een dag later liep hij weer onverstoorbaar en enthousiast op een andere hond aan. Deze gaf gelijk dreigsignalen af. Resultaat, de jonge reu draaide rechtsomkeer en vervolgde zijn wandeling. Alsof hij wilde zeggen, “nou dan niet

Zo snel leert een hond. Wij mensen kunnen een hond dit niet leren.


Geen kans

Als een hond niet de kans krijgt om te leren lezen zal de onzekerheid de overhand krijgen.

Deze honden zijn nerveus en worden onvoorspelbaar. Ze vertonen onaangepast gedrag.

Ze blaffen vaak. Ze vallen uit naar fietsers, honden, joggers enz.

Ze zijn niet bezig met snuffelen maar zijn voortdurend in opperste staat van paraatheid.


Bijten

De onzekere hond zal veel eerder bijten. Kalmerende waarschuwingen afgeven en lichaamstaal lezen gebeurt niet. De hond zou niet weten hoe hij dat moet doen. Deze vorm van communiceren heeft hij nooit geleerd.


Veel honden worden na bijtincidenten te koop aangeboden. Beter zouden eigenaren na kunnen denken over de volgende vragen:

  • Wat is mijn bijdrage geweest bij dit bijtincident?

  • Hoe had ik het anders kunnen doen?

  • Hoe had ik dit kunnen voorkomen?

De hond is een product geworden van zijn opvoeding of erger nog geen opvoeding.


De beste oplossing is:

Voorkomen is beter dan genezen.

  • Voed je hond op;

  • Voed je hond op als hond;

  • Maak je hond gelukkig, juist door hem op te voeden.