Verbaal en non-verbaal communiceren

Bijgewerkt: sep 29


Communiceren met je hond kan op verschillende manieren;

  • verbaal

  • non-verbaal


Verbaal

Verbaal wil zeggen praten met je hond met woorden. Woorden kent een hond niet maar wel de klank van het woord.

Bijvoorbeeld het commando “ZIT” is voor de hond een klank, net als het commando “apport”.

De manier waarop je “zit” zegt kan de hond een keuzemogelijkheid geven.

Vaak moet je het vier of vijf keer zeggen. Na de vierde keer weet de hond dat er ook nog een vijfde keer "zit" gezegd wordt. Waarom zou hij dan bij de vierde keer gaan zitten?

Belangrijk in training is dat je de keuzemogelijkheid bij een hond weghaalt.

Als een hond een keuze krijgt, zal deze altijd kiezen voor gedrag dat hij instinctief als prettig ervaart.

Als er geen keuzemogelijkheid is, waarom vraag je de hond dan om te kiezen.

Komen is komen en zitten is zitten.

Een krachtig “ZIT” of een “HIER” schept duidelijkheid.


Mag je dan niet met je hond praten? 

Als je praten met je hond nodig hebt, moet je dat doen. Realiseer je wel dat de hond hier niets van verstaat. Erger nog bij overdaad zal de hond nerveus reageren. Al die klanken daar kan hij niets mee.


Voorbeeld tijdens de training

Een jonge vrouw met twee kinderen trainde een Heidewachtel. Het was haar tweede hond. De eerste hond, een Labradoodle was kortgeleden overleden. De hond was 7 jaar oud geworden.


Hij was al die jaren niet echt gehoorzaam geweest. In het begin was het grappig. “Hij heeft geen oren” werd er vaak gezegd. Later werd het wat minder grappig, zeker als de hond er weer eens tussenuit glipte.


Toen kwamen er kinderen en was het gedrag van de hond helemaal niet grappig meer.

Kort nadat de hond overleden was, deed de Heidewachtel zijn intrede.

Mevrouw meldde de hond onmiddellijk aan voor training. Ze kwam elke zaterdag en verdeelde haar aandacht tussen haar kinderen en de hond.

  • de hond werd op dezelfde manier gecorrigeerd als de kinderen

  • de hond bleek net zo druk te zijn als de kinderen 

  • de hond was het derde kind

  • met de kinderen werd veel overlegd. Ze kregen veel uitleg bij een verbod. De hond kreeg dezelfde uitleg. “Ga nu zitten, nu ben je braaf, goed zo ventje, kom, kom, kom maar gauw,” om maar een paar voorbeelden te noemen.

Uiteindelijk, moe van het waarschuwen van kinderen en hond, zegt ze tegen de hond, als jij niet ophoudt, ga je niet meer mee naar opa.

De hond was natuurlijk zwaar onder de indruk net als de kinderen.

Deze manier van communiceren maakte de hond onzeker. Daardoor werd de hond druk en samen met de kinderen die ook druk waren, was de chaos compleet.

In het begin realiseerde mevrouw zich niet dat ze zoveel praatte met de hond. Dat ze zoveel verschillende commando’s gaf voor een opdracht.

Ik heb het met de telefoon opgenomen en het samen met haar afgeluisterd.

Daarna heeft mevrouw een paar privélessen gehad. 


Tijdens deze lessen was de opdracht;

  • niet praten met de hond

  • een duidelijk commando voor een opdracht

  • consequent gedrag tonen en niet vragen maar eisen

  • als laatste een vriendelijk verzoek van mijn kant, geen kinderen bij de les.

Een paar weken later was het verschil al zichtbaar. De hond was een stuk rustiger en reageerde goed op haar aanpak. Voerde de opdrachten die hij kreeg, goed uit. 

Soms gaat het nog wel eens fout en op mijn vraag, hoe zou dat komen, antwoordt ze met een brede lach, ik praat teveel.

Deze aanpak werkte ook bij de kinderen. Ik hoor mevrouw herhaaldelijk zeggen “Nee is nee”. Het werkt voor kind en voor hond. Waar hondentraining al niet goed voor is.


Non-verbaal

Non-verbaal wil zeggen zonder woorden.

Met een beweging bij een commando, ziet de hond wat er van hem verwacht wordt.

De opdracht gebeurt door een handbeweging.

Zo is er een beweging voor alle Basis Elementaire Gehoorzaamheids-onderdelen;

  • zitten

  • liggen

  • komen

maar ook voor de gevorderde onderdelen, zoals bij het dirigeren;

  • links

  • rechts

  • vooruit

  • hier.

Het trainen van honden is een combinatie tussen verbale en non-verbale opdrachten.

Een goed getrainde hond heeft bij een "verloren zoek", voldoende aan een handbeweging. Een jonge onervaren hond heeft een verbaal commando nodig, vergezelt met een beweging van de hand. Deze twee commando’s moet de jonge hond koppelen. Als de hond in gedrag laat zien dat hij het begrepen heeft, verdwijnt het verbale commando. 

Een hond over water sturen kan non-verbaal, omdat de hond door training weet dat hij aan de overkant van het water moet gaan zoeken. Een extra verbaal commando als de hond aan de overkant uit het water komt, is overbodig.


Het aanleren van een non-verbaal commando gaat altijd vergezeld met een verbaal commando. Pas als uit het gedrag van de hond blijkt dat hij het non-verbale commando begrijpt, verdwijnt het verbale commando.


Tijdens een evenement, waar de hond een diploma kan halen, leiden fluitsignalen in combinatie met een verbaal of non-verbaal commando tot aftrek van punten. Je kiest als voorjager voor het fluitsignaal of je kiest voor een verbaal of non-verbaal commando.

Realiseer je dat bij een verbaal commando, emoties merkbaar zijn voor de hond.

Emoties zoals boosheid, ongeduld en frustratie.

Voorbeeld uit de praktijk

Een voorjager wordt met zijn hond uitgenodigd voor een jachtdag. De taak van de hond is het binnen brengen van het geschoten wild. De hond verkeert evenals zijn voorjager in opperste staat van paraatheid.


De weersomstandigheid is voor de hond perfect. Flink wat wind dus aan verwaaiing ontbreekt het niet (verwaaiing is een door de wind verspreid geurspoor). Het schot valt en de toch al opgewonden hond schiet het veld in, nog voordat zijn voorjager hem door een commando toestemming geeft om weg te gaan. Hierdoor is de hond niet in staat de 'valplek' te markeren.


Op het veld kijkt de hond om zich heen. Hij weet niet waar de eend is neergevallen. Met hulp van zijn voorjager, zou hij de eend nog kunnen vinden. Er wordt vaak en hard gefloten vergezeld door onduidelijke bewegingen van de armen van de voorjager. Veel harde verbale commando's. 


De hond in het veld snapt er niets van en begint heen en weer te rennen. Na meer dan tien minuten vraagt de jager de voorjager om zijn hond terug te halen. Het commentaar was, dat zowel de voorjager als de hond het wild verstoorden.


Nu maar hopen dat dit duo nog een keer wordt uitgenodigd.

De voorjager heeft zich bij onze jachthondenopleiding aangemeld voor jachttraining op niveau A. Na een proefles hebben wij voorgesteld om eerst maar te starten op niveau B en later de A training vanaf het begin opnieuw op te pakken.

©2020 TARO jachthondenschool