Help, ze zeggen dat mijn hond een hond is

Bijgewerkt: sep 29

The little dog syndrome


Je komt ze overal tegen. De kleine hondjes die vaak worden gedragen, kleertjes aan hebben, behoorlijk tekeer kunnen gaan en alles mogen doen wat een grote hond niet mag.

Ze liggen in bed, eten aan tafel, krijgen overal hun zin in, trekken aan de riem en maken de dienst uit.


Dit loopt altijd verkeerd af. Het kleine hondje krijgt het aan de stok met een grote hond. Voor de grote hond is en blijft dit een hond die zich aan de regels van het spel moet houden.


De eigenaar is totaal van streek. Hoe is het mogelijk dat zo’n grote enge hond mijn Daisy kan bijten. Dat doe je toch niet. Kleine Daisy, die in haar ogen geen vlieg kwaad doet, wordt door die engerd aangevallen. Een monster, dat is hij en zijn baas die daar een beetje dom staat te kijken ook. Mevrouw, wordt er geroepen, u heeft een hond aan de lijn die voor normale honden onherkenbaar is met die jurk die ze aan heeft.

Een hond aan de lijn, denkt de eigenaar verschrikt, hoezo een hond. Dit is mijn Daisy, die haast in de bek van die engerd verdwijnt.

Gelukkig voor Daisy wordt ze ook weer uitgespuugd en keert als een geslagen hond terug naar haar baasje, die haar huilend oppakt en snel naar huis vertrekt.

De toeschouwer heeft gelijk. Daisy is een hond net als een poedel, Labrador of een herder.

Honden maken geen onderscheid. Je gedraagt je, al ben je nog zo klein. Doe je dat niet, dan word je afgestraft.

Arme Daisy, ze heeft nooit geleerd te communiceren met soortgenoten. Ze heeft nooit geleerd grenzen te stellen. Ze heeft nooit geleerd zich te verdedigen. Haar baas vond dat niet nodig. Dat werd allemaal voor haar gedaan. Haar eigenaar had een klein mensje in huis genomen, die eruit zag als een hond.

Wat de eigenaar niet zag was dat Daisy ongelukkig werd. Iedere morgen andere kleertjes aan. Hetzelfde eten als de baas. Lopen was er vaak niet meer bij en ‘s nachts zweten onder een dekbed.


Als het aan Daisy lag, kapte ze er gelijk mee. Dit is toch geen hondenleven. Met die jurk aan kan toch niemand mij lezen. Van het eten krijg ik darmklachten, ga ik stinken en rotten mijn tanden weg. Ik wil lopen, daar heb ik vier poten voor gekregen. Ik wil vrienden maken, maar ik weet niet hoe. Ik wil een mand zonder deken, want ik ben een hond. Ik heb een jas van mezelf, vacht noemen ze dat. Ik heb mijn jas altijd aan en als het weer verandert dan vallen mijn haren uit en krijg ik een nieuwe jas. Ik word er moe van om mijn baas elke dag te vertellen wat ik wil. Ik wil eigenlijk dat zij mij vertelt wat zij wil, want dat hoort zo als je een hond bent.

Zij moet mij vertellen hoe de dag eruit ziet. Ik zie er niet uit met die jurk. Ik ben mooi van mezelf. Met die jurk aan kan ik niet eens rollen in het gras en met die muts op werken mijn oren niet meer. Ik wil zo graag hond zijn. Leven als een hond met mijn eigen eten. Af en toe een bot, slapen in mijn mand en stoeien met mijn soortgenoten.


Help mij, ik ben een hond.

©2020 TARO jachthondenschool