A Training informatie - Deel 3

Bijgewerkt: feb 8


In dit laatste artikel (in de reeks van 3) krijgt u inzicht in het tweede onderdeel van A-training, het uitlopen van een sleepspoor.


Een sleepspoor is altijd een spoor van een ziek of gewond geschoten kleinwild.

Het gaat daarbij altijd om veerwild of haarwild. Ook wel een runner genoemd.

Een in stress verkerend wild geeft een geur af die afkomstig is van een aantal klieren. Deze geur wordt door honden opgepakt. Op het spoor blijven ook delen van vacht en veren achter. Om de geur op te kunnen pakken heb je een neus nodig.

In training is het trekken van een sleepspoor onnatuurlijk. Je werkt met dood wild.

De omstandigheden zijn dus anders, maar niet minder belangrijk voor de opleiding van een hond.


Hoe werkt de neus van de hond?

Als een hond wat ruikt wordt de slijmhuid in de neus geprikkeld. Deze prikkels worden naar de hersenen gezonden waar ze tot een herkenning worden omgezet. Iedere geur zal een bepaald aantal specifieke ontvangers prikkelen waardoor de hond de geuren herkent.

Als de ontvangers nooit worden geactiveerd zal een hond nooit weten hoe een eend, konijn of een ree ruikt en zal de geur daarvan hem onberoerd laten.

Het reukorgaan is ook afhankelijk van hoe de hond zich voelt. Een hond die onder stress staat zal niets ruiken. “Hij loopt met de neus dicht” hoor je voorjagers zeggen. Stress veroorzaakt dan een blokkade in de hersenen. Een hond ruikt geuren en bijgeuren.

Een ervaren hond is in staat een bepaalde geur uit een totaalplaatje te filteren.


Met een van mijn oudere honden, hij is jammer genoeg inmiddels overleden, trok ik slepen van 300 soms wel 400 meter met een duidelijke aanzet van een eend en kruiste deze halverwege met een konijn.

Hij vertrok met de geur van de eend in zijn neus maar kwam halverwege de sleep de geur van het konijn tegen liet zich even leiden door die geur maar keerde heel snel terug naar de oorspronkelijke sleep en kwam met de eend terug.


De wetenschap dat een hond een goed neusorgaan heeft is niet genoeg. Dit neusorgaan moet ontwikkeld worden. Het is heel belangrijk dat de jonge hond kennis maakt met verschillende geuren. Hierdoor leert hij geuren van elkaar de onderscheiden. Laat hem in het bos of op een weiland los zodat hij naar hartenlust kan snuffelen. Leg niet zoveel druk op een hond. Geef hem de tijd om te leren.


Het sleepspoor

Een sleepspoor uitwerken is een opdracht waar voorjager en hond veel plezier aan beleven. De afstand tussen voorjager en hond is groot. De hond werkt zelfstandig. De voorjager bemoeit zich niet met het werk van de hond en geeft geen aanwijzingen. De hond wordt op het sleepspoor gezet en zal het sleepspoor uit moeten lopen om bij het wild te komen.


De voorjager kan niets anders doen dan wachten op de terugkeer van de hond.

Het gevoel van trots is onbeschrijfelijk als de hond in de verte aankomt met een eend in zijn bek. Als de helper ook nog aangeeft dat de hele sleep is uitgewerkt is het geluk compleet.

TARO leert een jonge hond zo snel mogelijk een sleepspoor uit te werken. Dit is niet alleen goed voor het ontwikkelen van het neusorgaan, maar het is ook goed voor het zelfvertrouwen van een hond.


Leer de hond slepen in fases:

  • Trek een sleepspoor in een rechte lijn

  • Een sleepspoor in een rechte lijn met een haak naar links

  • Een sleepspoor in een rechte lijn met twee haken, een haak naar links en een haak naar rechts.

Trek een sleepspoor op een weiland, door het bos en door het zand. Met en zonder hindernissen. Hindernissen zoals een hek, een greppel of een slootje.

Sleep met een eend, konijn, haas, gans en fazant. Houd daarbij rekening met de wind.

Een zwakke zijwind is voor een jonge hond ideaal.


Conclusie

Met deze serie hoopt TARO een positieve bijdrage te hebben geleverd aan het inzicht wat A-training inhoud. Dat je dit niet even tussen door doet, maar dat het voor iedereen die zijn of haar hond op A-niveau wil tillen haalbaar is.



Hier de voorgaande delen over A Training informatie:

©2021 TARO jachthondenschool