A Training informatie - Deel 2

Bijgewerkt op: feb 8


"Zeg het maar baas welke kant moet ik op?"


In het eerste artikel kreeg u inzicht wat het eerste onderdeel van een A-proef inhoud.

De kennis en vaardigheden die een hond moet beheersen om te slagen voor het eerste onderdeel van het A-diploma namelijk het dirigeren en de stappen die leiden tot succes.


Over welke stappen hebben we het dan?

Naast het beheersen van alle Basis Elementaire onderdelen zoals:

  • Aandacht

  • Zitten en blijven zitten

  • Zitten op afstand

  • Inkomen als je geroepen wordt

moet een hond ook willen werken. Een hond die niet wil lopen(werken) is ongeschikt om A-training te volgen.

De weg die de hond moet afleggen om deel te mogen nemen aan een Dirigeerproef op een diplomadag is al moeilijk genoeg.


Het lopen van rechte lijnen is de eerste stap naar succes.

Als een hond niet geleerd heeft rechte lijnen te lopen zal de voorjager veel fluitsignalen en instructies nodig hebben om de hond in de juiste richting te zetten. Veel voorjagers jagen hun hond dan ook luidruchtig voor. Een goed getrainde hond heeft weinig verbale commando’s nodig.


Een dirigeerproef die in stilte wordt uitgevoerd is voor toeschouwers en keurmeesters een genot om naar te kijken. Na het uitsturen op de eerste rechte uitgaande lijn krijgt de hond instructie via de linker of de rechterarm van de voorjager.

De aandacht die een hond moet hebben voor zijn voorjager is hierbij van onschatbare waarde. Als de hond geen aandacht heeft voor de voorjager kan hij onmogelijk weten welke richting hij aan moet nemen en gaat hij zijn eigen weg.


De 8 belangrijkste stappen die de hond moet leren zijn:

  • Rechts omhoog (hierbij draait de hond rechtsom)

  • Links omhoog (hierbij draait de hond linksom)

  • Een rechte lijn vooruit

  • Een rechte lijn naar achter

  • Een rechte lijn naar links

  • Een rechte lijn naar rechts

  • Een lijn links of rechts schuin omhoog

  • Een lijn links of rechts schuin omlaag


Fluitsignalen

Het fluitsignaal betekent dat de hond moet komen of moet gaan zitten. Deze twee commando’s moet de hond tijdens voorgaande training al beheersen.


Bij de start van de proef moet de hond zitten en op de hand van de voorjager letten. De hand geeft de richting van de eerste uitgaande lijn aan.

Bij alle instructies die gegeven worden zit de hond en kijkt in de richting van de voorjager,

Achterstevoren of slordig zitten is geen optie.


Tijdens de eerste uitgaande lijn moet de hond gelijk afstand nemen van zijn voorjager. Een hond die tijdens de eerste uitgaande lijn voortdurend omdraait (vragen) is onzeker, weet niet wat er van hem verwacht wordt en is dus niet klaar voor dit werk.

Het is belangrijk dat de hond begrijpt wat er van hem verwacht wordt. Hij moet alle bewegingen die de voorjager maak herkennen en blindelings uitvoeren. Een hond die dit niet doet en zijn eigen weg gaat heeft geen vertrouwen in zijn voorjager. Eigenlijk zegt hij: “Hoe kom je erbij baas ik weet waar het ligt”.


De laatste 2 stappen zijn,

  • Ervaring opdoen op verschillende weilanden. Kilometers maken om weilanden te zoeken waar je snel een dirigeerproef uit kan zetten die afgerond is voordat de boer telefoon krijgt.

  • De hond opgeven om het felbegeerde diploma te behalen.



Het voorgaande deel over A Training informatie is hier terug te lezen: