Jachttraining

B

U bent geslaagd voor Niveau C. Op naar het volgende succes. 

U heeft uw hond op C Niveau vaardigheden aangeleerd die de hond op B niveau leert beheersen en generaliseren. Dat houdt in dat de hond de aangeleerde vaardigheden op C Niveau in de nieuwe situaties goed dient uit te voeren.

Introductie jachttraining B

In de onderstaande rij zijn drie apporten toegevoegd. Het aanleren van deze oefeningen maakt veel passie los in de hond. Het wordt zijn lust en zijn leven.

Niveau B bestaat uit de volgende onderdelen:

A

Aangelijnd en los volgen

Aangelijnd en los volgen in Z vorm over 3 x 10 meter met een schot als verleiding.

De hond mag op het schot gaan zitten voor een volmaakte uitvoering.

B

Uitsturen en komen op bevel
  1. Na proef A wordt de hond aangelijnd en de voorjager mag op aanwijzing van de keurmeester naar inzetplaats B lopen.

  2. Bij inzetplaats B wordt de hond uitgestuurd maar moet na 30 meter op aanwijzing van de keurmeester terugkeren.

    *Proef A en B worden altijd in combinatie uitgevoerd
     

C

Houden van de aangewezen plaats
  1. De hond wordt door de voorjager, op een door de keurmeester aangewezen plaats neergelegd.

  2. De voorjager verdwijnt uit het zicht van de hond. Deze blijft ongeveer 1 minuut uit het zicht van de hond staan.

  3. Tijdens het houden van de plaats wordt zichtbaar voor de hond een dummy opgeworpen op circa 25 meter. De werper maakt geluid ter attentie.

    *De hond wordt later opgehaald en aangelijnd.
     

D

Kort apport ter land
  1. Nadat proef C is beëindigd mag de hond meelopen naar een positie die ongeveer vijf meter vanaf de plek is waar de hond lag, zat of stond. 

  2. Dan mag de hond de eerder geworpen dummy apporteren

    *Proef C en D worden altijd in combinatie uitgevoerd
     

E

Apport uit diep water
  1. Inzetplaats voor voorjager en hond is 10 meter vanaf geweer en werper.

  2. Op het schot mag de hond de foam eend apporteren.

F

Verloren apport ter land
  1. De inzetplaats bevindt zich voor dichte dekking, een bos.

  2. De hond wordt uitgestuurd om een konijn op te sporen

    * Als de hond het konijn heeft gevonden mag de hond deze apporteren
     

G

Een markeer apport
  1. Hond en voorjager staan op een door de keurmeester aangewezen plek. Meestal is dit een weiland. 

  2. Op ongeveer 60 meter staat een geweer en een werper. Op aanwijzing van de keurmeester wordt er met schot een kraai of een roek van de wind af geworpen.

  3. Op aanwijzing van de keurmeester mag de hond de kraai apporteren.
     

H

Verloren apport over diep water
  1. Hond en voorjager staan op een door de keurmeester aangewezen plaats voor het water.

  2. De hond wordt uitgestuurd om uit de dekking, over water een eend te zoeken.

    *Als de hond de eend heeft gevonden mag de hond de eend apporteren.
     

DE VOLGENDE

UITDAGING

Nieuwsgierig naar onze vervolgtraining?

Jachttraining A

Ben je opzoek naar de ultieme uitdaging als het komt op jachttraining?

©2020 TARO jachthondenschool