Voor de Voet - Een beker op trots op te zijn
Enige tijd geleden namen Ivy en ik, sinds lange tijd weer deel aan een
workingtest. Voor de leken onder ons, een working test is een nagebootste
jachtsituatie waarbij er alleen met dummy’s gewerkt wordt.
Het was wel weer even wennen. Zo vroeg op. Eerst alle honden uitlaten
voordat wij met koffie en tas vol met lekkers opweg reden naar Borculoo.
Dit vind ik altijd het fijnste van de dag. Je rijdt door een landschap die
net aan het ontwaken is. Waar wij doorheen rijden is een voorproefje van een
stuk natuur waar wij straks in mogen werken. Het weer was prachtig voor een
workingtest, niet te heet en genoeg wind.
De meeste voorjager verzamelen op het parkeer terrein. Het voelt een beetje
aan als een reünie. “Hallo, hoe gaat het, lang niet gezien, nieuw hondje”
zijn de korte gesprekken die je op zo”n moment voert. Niet te moeilijk, daar
zit niemand op te wachten. Iedereen is bezig met de workingtest. Eerst langs
de dierenarts. Deze bekijkt de honden redelijk oppervlakkig. Belangrijk
hierbij is dat de teven die deelnemen aan de workingtest geen tekenen van
loopsheid vertonen. Is dat wel zo dan mogen ze aan deze test niet deelnemen.
Een loopse teef in de buurt maakt dat de reuen die aan deze test deelnemen,
hun verstand niet bij het werk kunnen houden.
Men onderscheidt vier groepen deelnemers. Het verschil zit in het niveau van
de hond:
De beginners, dat zijn de hondjes in het bezit van een C diploma
De honden die reeds in het bezit zijn van een B diploma
Honden die reeds een keer examen gedaan hebben voor het A diploma maar die het A-diploma (net) niet hebben gehaald , nemen deel in de groep B2 honden
En als laatste de stuutjes onder ons die in het bezit
zijn van een A diploma.
Leken onderons verwijs ik naar het onderdeel
‘Algemeen” waar uitleg geven wordt over de verschillende niveaus.
Toch zou er, mijns inziens, nog een groep samengesteld moeten worden.
Een groep die uit voorjagers bestaat die hun hond bewust voorjagen in een
groep ver onder het niveau van hun hond. Honden die vaak internationaal aan
de start verschijnen daar vaak doorgaan voor “hoog niveau” maar in Nederland
lekker blijven hangen in de B klasse om op die manier lekker onder hun
niveau te blijven werken.
Waar praten we over? Over beginnende B of B2 honden die het op moeten nemen
tegen “ouwe” rotten in het vak. Kansloos zijn ze vaak. Ik zie honden werken
die zo goed dirigeerbaar zijn dat ze met gemak een A-diploma kunnen halen.
Daar zou een voorjager toch trots op moeten zijn. Als je als voetballer zo
goed bent in de eerste divisie dat je makkelijk bij een topclub zou kunnen
mee voetballen en je had daar bij een keuze dan vertrek je toch naar een ere
divisie club en blijf je toch niet hangen.
Ik heb nog nooit een voetballer horen zeggen: ”Ik blijf lekker in de
eerste divisie, want in de ere divisie is er zoveel concurrentie". Wat
maakt hondensport anders? Het draait toch om gezonde concurrentie. De
strijd die je aangaat met honden op eigen niveau. De spanning en de trots
die je voelt als je mooi hondenwerk van je hond ziet. Of is het die beker
die je koste wat kost mee naar huis wilt nemen en als de hond de beker niet
op zijn eigen niveau kan halen moet je dan maar voor een niveau lager gaan
omdat daar minder concurrentie is?
Sommige mensen vinden van wel: Is het dan een beker om trots
op te zijn? Als je het aan de hond zou vragen zou die zeggen:
“Baas het weer een makkie, geef me wat
uitdaging dan ben ook ik trots op mijn beker".