Trainingstips - Als ik het voor het kiezen had
In de Labrador Post
van augustus 2011 staat een heel aardig
artikel wat Edith geschreven heeft. Het laden van het bestand kan
even duren, dit is afhankelijk van de snelheid van uw internetverbinding.
Heeft u nog geen Adobe Reader, dan kunt u deze
hier downloaden. Maak voor u gaat downloaden de keuze of u ook de
Google Toolbar wil installeren. Deze heeft u NIET nodig.
Het seizoen voor
de jachthondensport is weer begonnen. Retriever rasverenigingen hebben hun
evenementenkalender gepubliceerd. Ze maken onderscheid tussen de
clubdiplomadagen ,voor het gemak CDD genoemd, waar voorjagers met hun hond het
A,B of C diploma kunnen behalen.
Daarnaast worden er, voor diegene die het diploma behaald hebben, een aantal
workingtesten georganiseerd. Bestaan de CDD uit gestandaardiseerde proeven,
wordt er bij workingtesten jacht nagebootst.
Bij deze proeven moet de hond mooi hondenwerk laten zien. Hij moet zoeken naar een apport in en over water, hij moet een apport vinden met behulp van een sleepspoor daarnaast moet hij goed markeren. De proeven worden altijd dubbel uitgezet dat wil zeggen dat de hond in één proef twee apporten moet halen. Om workingtesten met goed gevolg te doorlopen heeft een hond meer nodig dan een C, B of A diploma.
Onze hond heeft vorig jaar een aantal mooie B diploma´s behaald, ze was net twee jaar oud. We zijn daarna gelijk begonnen met het trainen voor workingtesten. In het begin verliep alles vlotjes. Ze haalde de apporten vol overgave uit het bos, markeerde met grote snelheid haarzuiver en liep mooie sleepjes met een haakje erin. Gaande weg werden de proeven steeds moeilijker uitgezet. Om het apport te vinden moest ze alles uit de kast trekken. Geleidelijk zag ik haar veranderen. Als ze het apport niet gelijk kon vinden werd ze onzeker en ging vragen. In sommige gevallen gaf ze het op. Ik moest haar dan een extra commando geven om haar door te laten zoeken, iets wat eerder niet nodig was.
De markeerapporten werden niet meer gegooid op geschoren gras maar kwamen nu vaker in de ruigte terecht. Zij die gewend was om boven op een apport te lopen had daar nu veel meer moeite mee.
Er traden kleine veranderingen in haar houding op. Ze werd wat trager in het terug komen. Ging na twee pogingen liggen. Ze was niet meer echt enthousiast.
Natuurlijk denk je als voorjager daarover na. Je vraagt je de volgende dingen af:
Wanneer is het begonnen
Wanneer kreeg ze last van onzekerheid
Is ze onzeker bij alle proeven
Hoe is haar werkhouding
Is ze al moe voordat ze begint of is haar conditie niet in orde
Nadat ik al deze vragen voor mezelf beantwoord had kwam ik tot de volgende conclusie: Ik heb al twee honden opgeleid die beide prachtig werk in de A klasse op workingtesten en MAP proeven hebben laten zien. Voor deze honden was geen proef te moeilijk. Je kon jezelf als trainer heerlijk uitleven want het haast onmogelijke werd voor deze honden mogelijk.
Met deze jonge hond heb ik een denkfout gemaakt. De proeven die we uitgezet hebben waren voor haar net een paar stapjes te groot. Zij heeft die grote ervaring nog niet. Zij heeft nog wat tussenstappen nodig. Zij gaat op voor een workingtest op B niveau en niet op A niveau dat wil zeggen dat zij een paar stapjes vooruit moet en ik een paar stapjes achteruit.
Zij is nog geen drie jaar oud. Ze heeft nog alle tijd om uit te groeien tot een prachtige jachthond. Nu is ze een prachtig jachthondje en van deze fase moet ik genieten.
Als trainer ga je
vaak te snel. Je wilt te veel. Een hond laten werken in een te groot grijs vlak
is net zo erg als een hond laten werken in een wit vlak. Voor ons is het
uitzetten van proeven makkelijk maar de hond moet het werk doen en wij moeten de
hond instaat stellen het werk te leren.
Trainingstips - De hond een lijn aangeven
Wat is de hond een lijn aangeven?
Een lijn is een richting die de hond aan moet nemen, dat kan zijn naar achter,
naar links of naar rechts. Het geven van een lijn middels een beweging is
non-verbale communicatie. Non verbale communicatie begrijpt een hond veel beter
dan verbale communicatie.
Belangrijk bij het aanleren van een lijn is dat:
de hond de beweging kent
de beweging voor de hond zichtbaar is
de beweging voor de hond duidelijk is.
schiet de hond te hulp bij het aanleren
Wat verstaan we onder 'de hond kent de beweging'?
De hond is
getraind middels oefeningen die daarvoor ontwikkeld zijn in het herkennen van de
beweging en het overschakelen naar de gevraagde actie.
Wat verstaan we onder 'een zichtbare beweging voor de hond'?
De beweging is voor de hond zichtbaar doordat de voorjager rekening houdt met de achtergrond waartegen hij staat. Staat hij tegen de bosrand zal hij zijn kleding aan moeten passen (donker naar licht). Staat hij tegen een lichte achtergrond zal hij zijn kleding eveneens aan moeten passen. (licht naar donker). Heel eenvoudig kan dit door een lichte jas met lange mouwen aan te trekken.
Meestal staan wij
toch tegen een donkere achtergrond. Staan we in de winter tegen een lichte
achtergrond dan trek je die jas gewoon uit. Sommige voorjagers lachen hierom en
zeggen dat je in de jacht ook geen wit jack aantrekt. Ja dat klopt maar we
praten hier over honden in opleiding die moeten leren. Als een hond het gewenste
gedrag moet leren waarom zou je het hem dan moeilijker maken dan het al is.
Communicatie tussen mens en hond is al moeilijk genoeg.
Wat verstaan we onder 'een duidelijke beweging voor de hond'?
Wees duidelijk in
je lichaamstaal. Moet de hond naar rechts geef dan een duidelijke lijn naar
rechts en niet schuin naar achteren. Datzelfde geldt natuurlijk voor een linkse
of een achterwaartse lijn. Voordat wij ook maar denken aan dirigeren moet de
hond de lijnen en de daarbij behorende lichaamstaal tot in de kleinste details
onder controle hebben. Het gezwaai met hoedjes en zakdoeken moeten vermeden
worden. Het werkt voor de hond verwarrend en staat op een proef erg slordig.
Wat verstaan we onder 'de hond te hulp schieten'?
Als je aan het
gedrag van een hond ziet dat deze niet weet wat er van hem verwacht wordt ga je
de hond helpen door zelf uit te stappen in de richting waarin je de hond wilt
sturen. Is de hond onzeker maak je afstand tot je hond dan kleiner. Moedig hem
aan met je stem. Stel alles in het werk om de opdracht aan de hond, voor de hond
helder te maken.
Trainingstips - Is trainen spel of is spel trainen?
Voor een jonge hond
moet trainen een spel zijn waar wel regeltjes aan verbonden zijn. Stoeien met de
baas is prima maar de baas stopt het spel wanneer hij vindt dat het genoeg is.
Hiermee plaats de mens zich boven de hond. Dit is een leermoment tijdens het
spel het vaststellen van de rangorde.
Spelenderwijs leren apporteren. Perfect, maar wij bepalen wat er geapporteerd
wordt en later hoe er geapporteerd wordt. Dummies ja, stokken nee. Weer een
leermoment. Ook het spel in het water en het stoeien met andere jonge honden
wordt door de mens aan banden gelegd.
Het spel met ander honden is natuurlijk altijd spannend. Het spel met de mens
kan net zo spannend zijn. Op het moment dat je een einde maakt aan het spel van
de honden onderling maak je een start met het spel met de mens.
Het leren zitten kan in spelvorm gegoten worden.
Vaak hoor ik cursisten wel 10 keer achterelkaar “zit” roepen. Hiervan leert de
hond dat er na één keer zit roepen er nog negen keer volgen.
Giet het in een spelvorm.
Als de hond bij je wegloopt roep je zijn naam en laat zien dat je wat spannends
in de hand hebt. Op het moment dat de hond voor je staat laat je hem met een
commando “zit “ zitten en vervolgens krijgt hij het brokje, botje of speeltje.
Herhaal dit keer op keer en prijs de hond. Maak hoogte in je stem zodat de hond
dit geluid herkent als hij het juiste gedrag vertoont. maak je stem wat dieper
als je ander gedrag van hem verwacht.
Maak je stem uitnodigend als je spelenderwijs met hem traint. Repeteer dit vaak.
Later, als de hond het commando kent en weet welk gedrag je van hem verwacht mag
je het van hem eisen. Dan is het geen spel meer maar ben je begonnen met het
gedrag van de hond te beheersen. We praten dan over trainen.
Trainen moet leuk zijn voor mens en hond. Als je als mens een slechte dag hebt
ga dan niet trainen. Ga wandelen. Trainen moet niet als belastend ervaren
worden.
Kijk wat er bij een uitgezette proef fout gaat en train de hond op onderdelen.
Verwacht niet het onmogelijke van een hond maar wees blij met elk succes dat je
boekt hoe klein ook.
Misschien gooit de hond bij het apport uit diep water de dummy herhaaldelijk
voor je op de grond. Hij drijft je daarmee tot wanhoop. Pak dat kleine onderdeel
morgen bij een aparte training aan en geniet nu van het feit dat de hond snel te
water ging en de dummy mooi apporteerde hem wel op de grond gooide maar niet
zich niet uitschudde. Heb je toch nog alle reden om je hoge stem te gebruiken.
Honden kun je ook tijdens een wandeling trainen. Voordeel hiervan is dat de hond
minder onder druk staat.
Voorbeeld:
Je loopt met de hond in het bos en ziet een mooi plekje voor een verloren apport.
Stap 1 leg je hond in het bos (houden van de aangewezen plaats)
Stap 2 haal je hond op lijn hem aan, geef het commando volg en loop naar de
bosrand
(aangelijnd volgen) n.b. dit kun je ook afwisselen met los volgen.
Stap 3 Laat de hond zoeken tot hij het apport gevonden heeft.
Door de hond eerst weg te leggen bouw je rust in je training.
Het volgen aangelijnd of los is een trainingsmoment
Wat langer aan de bosrand laten zitten is een training, rustig op post.
Na afloop leg je de hond weer even weg . De hond kan nu weer de spanning
afbouwen.
Daarna vervolg je de wandeling weer en besteedt aandacht aan spel. Gooi veel
spelbumpers en eis het modelapport als de hond dit kent. Kent hij dit
modelapport nog niet, gooi dan ook geen spelbumpers maar verzin een ander spel.
Trainingstips - Los en aangelijnd volgen
Dit is een oefening
waar veel honden niet echt gecharmeerd van zijn. Juist deze oefening is
belangrijk. In het veld moet de hond aandacht hebben voor de omgeving en dat
geldt ook voor zijn voorjager. Deze moet er blindelings op kunnen vertrouwen dat
de hond volgt. De voorjager moet op het wild letten dat eventueel geschoten
wordt. Een trage ongeïnteresseerde hond, daar zit niemand op te wachten. De
zandloper is dus een prachtige oefening om de hond dit te leren. Alleen dan moet
het wel aantrekkelijk blijven. Hoe leer je nu een 8-tje lopen met een hond die
daar zichtbaar plezier in heeft?
Je plaats vier paaltjes met twee lange en twee korte zijden, in het midden
plaats je het vijfde paaltje.
Je start rechts van het paaltje. Je doet de oefening eerst een aantal keren
zonder hond. Hoe beter je de volgorde weet hoe minder je op de paaltjes let.
Vervolgens neem je de hond mee. Bij hele jonge honden helpt een brokje (doe dit
niet te lang) bij oudere honden die het apporteren leuk vinden neem je een
bumper mee. Voorwaarde is wel dat de hond de bumper apporteert. Je speelt met
de hond het volgende spel.
Maak de hond attent op de bumper. Vanuit het midden loop je naar A. Gooi de
bumper naar B en laat de hond de bumper apporteren. Loop samen met de hond naar
B de hond zal goed volgen want hij is daar al eerder geweest om een bumper op te
halen., Gooi de bumper door het midden naar C. Laat de hond apporteren. Loop
vervolgens met de hond door het midden paaltje aan de rechter kant passeren naar
C. Gooi de bumper naar D. Laat de hond apporteren en loop samen naar D en
vervolgens weer naar het midden. Eindig aan de rechter kant bij het paaltje.
Maak je hond alert als je gaat gooien.
De ervaring leert dat de hond dit spel heel snel leert. Deze oefening zal de
hond als spannend ervaren.. Hij kijkt niet omhoog naar de voorjager maar hij
kijkt voor zich uit omdat daar de bumper kan vallen. Want, en dat is het spel,
die bumper valt natuurlijk niet altijd.
Trainingstips -
Waterwerk (2)
Iedereen kent die honden wel die tijdens een jachthondenproef eindeloos langs
de kant lopen en denken, “oooo baas dit is echt eng, ik wil het wel voor je
doen maar ik zoek even door naar iets anders” terwijl de voorjager blijft
roepen “over, over, ga over” en een keurmeester die zijn hoofd schudt en denkt
“dit wordt niets, dit gaat niet lukken”
De voorjager had dit gedrag kunnen voorkomen. Hoe? Lees maar snel verder en veel
plezier bij het oefenen:
Pas als we een
hond watervrij hebben kunnen we de training voortzetten. Watervrij wil zeggen
dat de hond zonder schroom in het water speelt maar ook apporteert ( bumper of
dummy). Nu is het tijd de hond te leren om langs verschillende waterkanten te
water te gaan om het apport te halen, waarbij onze voorkeur altijd uitgaat naar
een apport dat aan de overkant op het land wordt gegooid. Als een hond het
apport aan de overkant ophaalt zal het apport uit diep water nooit een probleem
zijn.
Je gaat op zoek
naar moeilijke kanten. Dat kunnen hoge kanten zijn steile kanten,begroeide
kanten, kanten met braamtakken, hoog gras, brandnetels enz, als het maar geen
makkelijke kanten zijn. Natuurlijk begin je met makkelijke moeilijke kanten.
Dit is nieuw voor de hond en daarbij gebruiken we positieve druk. Het liefste oefen ik dit op smal water waarbij de hond aan de lange lijn zit.
Dat heeft twee voordelen:
Ik ben nu instaat de hond zonder al te veel druk te dwingen op door mij gewenste plaats te water te gaan en
Ik ben nu
instaat de hond ook weer zonder al te veel druk over water naar mij terug
te halen.
|
Let op: |
De hond mag zeker in dit stadium niet de kans krijgen langs de kant op te lopen om een makkelijk kantje te zoeken zowel voor het water als aan de overkant van het water. |
Trainingstips -
Bolting
Bolten is een vluchtgedrag dat een hond laat zien. Hij doet dit om
aan druk te ontkomen.
Een hond met bolt gedrag verplicht een voorjager na te denken over de wijze
waarop de hond getraind wordt. Er kunnen verschillende oorzaken aan ten
grondslag liggen:
Training sessies kunnen te lang duren waardoor de druk bij de hond te hoog op loopt;
de hond wordt onzeker over het gedrag dat er van hem verwacht wordt;
De hond heeft deze vluchtwijze per ongeluk ontdekt;
Stel je een situatie voor: Over het water ligt een verloren zoek. De hond gaat slecht over water maar met heel veel druk vertrekt hij naar de overkant krijgt daar nog een beladen commando “zoek apport”
Spanningsvelden:
een veranderde situatie;
onzekerheid over de actie over water bij zowel hond als voorjager;
het zoeken van het apport;
De hond vindt uiteindelijk het apport
en blijft uitdagend aan de overkant staan. Succes, ongrijpbaar voor alles en
iedereen dus ook voor jou. Regelmatig wordt jij uitdagend aangekeken en het spel
kan beginnen althans zo voelt dat voor hem aan.
Het is belangrijk dat, om nog meer problemen te voorkomen, een hond leert dat,
bolt gedrag geen manier is om onder druk uit te komen. Het bolt gedrag maakt het
de hond onmogelijk om verder te leren want steeds als de druk wordt opgevoerd
vlucht de hond in bolt gedrag. De hond is daar zo druk mee bezig en blokkeert
zich zelf om te leren.
Er zijn verschillende methoden om de hond dit af te leren.
Wil je de oplossing met mij delen kun je mij mailen.
Trainingstips - Goed gereedschap
Koop goed gereedschap:
1. Rugzak met daarin:
- 2 bumpers
- 2 flyers
- 2 canvas dummies
2. Zeem om de hond mee droog te zemen na waterwerk (dit is voornamelijk bij
een lage temperatuur)
3. Lange lijn van ongeveer 8 tot 10 meter
4. Jachtlijn en voor honden op C niveau een slip ketting
5. Alarm pistool
6. Jachtfluit om je nek en niet in de rugzak
7. Pilon
8. Trainers, dit zijn hele kleine snoepjes die gebruikt worden als
beloning
Trainingstips - Kleding
Draag
als voorjager licht gekleurde bovenkleding. Dit kan zijn een trui, T-shirt of
een fleece jack. Hierdoor ben je voor de hond goed zichtbaar. Maak het de hond
niet moeilijker. Outdoorkleding is er ook in waterafstotende uitvoeringen, heel
handig bij waterwerk. Zorg voor stevige liefst waterdichte schoenen en laarzen.
Vergeet ook nooit je regenkleding!
Trainingstips - Conditie
Jachthondentraining vindt ook
plaats onder slechte weersomstandigheden. Zorg dat de hond in goede conditie is.
Honden die altijd binnenshuis liggen hebben over het algemeen een dunne vacht.
Hierdoor hebben ze meer last van nattigheid. Jachthonden horen buiten te liggen
natuurlijk wel in een fatsoenlijke ren met een binnenhok liefst dubbelwandig.
Een dieet, wandelingen, fietsen en zwemmen maken dat de hond in goede conditie
komt en blijft. Dat vergroot zijn concentratie en werklust.
Trainingstips - Herhalen of niet herhalen
Een hond leert door herhaling, daar is geen twijfel over mogelijk. Dit gaat op voor alles, behalve markeren.
Leert een hond beter markeren door hetzelfde markeer te herhalen?
Nee, het enige wat de hond leert is dat hij iets vindt waar hij eerder iets gevonden heeft.
Markeren is het waarnemen van de werper(s) het zien vallen van de dummy(s) of het wild en het onthouden van de valplekken.
Een hond mist een dubbel markeer door naar de eerste valplek terug te gaan dan haal je hem weg bij de eerste valplek en wijst hem de weg naar de tweede valplek.
Als je deze dubbele markeer zou herhalen, stuur je hem weer terug naar de eerste valplek. Wat je hem hierbij niet leert, is dat je nooit tweemaal op dezelfde plek iets vind.
Herhaal het dubbele markeer op een andere plek. En maak hem eenvoudiger.
Wanneer herhaal je een markeer wel?
Als je het markeer als hulpmiddel gebruikt, bijvoorbeeld om het leren zijn lijn aan te houden onder verschillende factoren.
Een gelegenheid om een heel speciale markeerproef uit te zetten die zich waarschijnlijk niet vaak voor zal doen. In beide gevallen gaat het om een enkelvoudige markeer.
Soms kun je de invalhoek voor een hond veranderen door de inzetplaats te verschuiven.
Trainingstips - Hulp bij markeren
1. Het geweer/de werper, laten helpen.
Hiermee bedoel ik dat de werper/het geweer de hond kan helpen succesvol te markeren. Er zijn verschillende lezingen over succesvol leren markeren. Sommige trainers verkiezen het weghalen van de dummy. Sommigen laten de hond eindeloos zoeken.
Geen van beide methodes heeft mijn voorkeur. Ik ben van mening dat het weghalen van een dummy om vervolgens de hond opnieuw te sturen alleen bijdraagt aan zijn onzekerheid. Je stuurt hem opnieuw naar een plaats waar hij niets gevonden heeft.
Van eindeloze zoekacties leert een hond niets.
De houding van de werper hangt nauw samen met het beeld wat de hond laat zien en kan variëren van:
blijven staan;
blijven staan en roepen hé hé;
blijven staan, roepen hé hé, met de armen een opwaartse en neerwaartse beweging maken;
blijven staan, roepen, armbewegingen maken en in de richting van het val gebied lopen;
blijven staan, roepen, armbeweging maken, in de richting van het val gebied lopen, markeer opnieuw opgooien.
De werper helpt pas als hij daarvoor een stil signaal krijgt van de voorjager zoals een armbeweging of een opdracht via de radio. Schreeuwen naar de werper zal aandacht van de hond op de voorjager tot gevolg hebben.
De helper moet de hond de hulp geven die hij nodig heeft maar liefst zo weinig mogelijk. Ik ben een voorstander van de hond in het val gebied zijn gang te laten gaan en hem niet of nauwelijks terug te roepen. Niemand heeft baat bij een onzekere hond.
Neem de tijd om de hond te leren markeren. Maak de afstand nooit te groot. Liever goed markeren op 40 meter en uitgroeien naar 150 dan van 150 terug moeten naar 40.
Verplaats nooit de valplaats, vergroot de afstand door terug te lopen of verklein de afstand door op te lopen.
2. Assistentie van het geweer/de werper.
Assistentie van de werper is iets anders dan hulp inroepen van de werper.
Hulp inroepen heeft te maken met het gedrag wat de hond laat zien tijdens zijn werk.
De assistentie van werper heeft te maken met het gedrag wat de hond laat zien als deze nog naast de voorjager zit.
Hierbij gaat het om twee- of drievoudig markeren. De hond moet meerdere markeren onthouden, in het begin is dat natuurlijk moeilijk. Als de voorjager aan zijn hond ziet dat de hond de tweede of de derde markeer heeft vergeten, vraagt hij assistentie aan de werper.
De werper assisteert door:
te gaan staan en met zijn armen opwaartse en neerwaartse bewegingen te maken;
te gaan staan en met zijn armen bewegen en te roepen hé hé.
Bij het zien van de werper zal de hond zich het markeer herinneren en gaan.
Als je ziet dat je hond onzeker is over het markeer moet je hem niet sturen, vraag via de radio om assistentie van de werper of maak het hem duidelijk door te vragen om de armbeweging.
Trainingstips - Waterwerk
Waterwerk, het woord zegt het al: werken in of over water. Alles wat bij de jacht in of over water valt, moet door de hond geapporteerd worden.
Veel mensen denken dat iedere hond van nature zwemt. De meeste honden vinden water spannend en zeker jonge honden spelen graag aan de waterkant. Je ziet het maar al te vaak: stokken of balletjes worden in het water gegooid en de hond gaat er met veel plezier achteraan. Je kunt ze wel honderd keer dit spel laten spelen, ze kunnen er niet genoeg van krijgen. Toch zijn er genoeg honden die water niet leuk vinden. Voor die eigenaren zal dit waarschijnlijk geen probleem zijn. Ze vinden het jammer, maar dan haalt de hond het balletje maar op het land
op.
Hoe zit dat nu met jachthonden? Daar vormt dit gegeven dus wel een probleem. Een jachthond die niet in of over water werkt kan zijn werkzaamheden niet naar behoren verrichten. Hij moet kunnen markeren op water en apporteren uit of over water, net zo gemakkelijk als op het land.
Het hulpmiddel bij waterwerk is apporteren. Het is belangrijk dat de hond graag
apporteert. Apporteren moet een spel zijn tussen baas en hond; zonder commando en zonder dwang en druk. De hond moet dus vertrouwen in zichzelf en in de situatie krijgen. In de inprentingfase, als het hondje zeven of acht weken oud is, moet aan dit zelfvertrouwen gewerkt worden. Belangrijk is dat de trainer elke situatie goed inschat, zodat de ervaring met water een goede ervaring met water is.

De waterplas
Het lopen door een plasje is de start. Loop nooit om plassen heen probeer als een hond te denken. Een pup volgt de baas door dik en door dun, dus ook door de plas. Hierbij geldt: herhaling is leren. Liever drie dagen achter elkaar door de plas dan om de drie dagen.
Blijf niet te lang bij de waterplas staan. Als de hond de plas kent is het weer tijd om door te gaan. In deze periode leert de hond heel snel: dus snelheid is geboden.
Uiterwaarden zijn een fantastisch terrein om een jonge hond waterwerk te leren. De waterplassen variëren van plasjes tot grote sloten en stukken ondergelopen land. Heeft de hond geleerd door een plas te lopen dan zoek je een plas waar de hond een klein stukje moet watertrappelen, omdat hij geen grond voelt. Dwang is nooit aan de orde. Alles gebeurt op vrijwillige basis, maar je stelt natuurlijk alles in het werk om de hond zover te krijgen dat hij de stap waagt. Het apport wordt steeds verder bij hem vandaan gegooid en de trainer trekt alle registers open om de hond zover te krijgen dat hij gaat voor het apport. Wees tevreden met elk resultaat en ga niet te snel. Als de hond blaakt van zelfvertrouwen is het weer tijd om door te gaan.
Waterwerk
Slootje
We praten over een slootje van een meter met een gemakkelijke inzet: dus geen riet en geen stenen. Het hondje gaat het apport halen dat altijd over het water wordt gegooid. Vaak werken we met twee trainers. Diegene waar de hond het meeste mee optrekt gaat bij problemen naar de overkant en probeert de hond het water in te krijgen. Natuurlijk wordt er bij behaald succes flink gespeeld in het water. Als de hond weer overloopt van zelfvertrouwen, vervolgen wij onze watertraining en gaan op zoek naar een
Sloot
Het gaat hier om een flinke sloot van minimaal vier meter en de inzet mag rustig wat
steiler zijn. Eigenlijk doen we hier hetzelfde, alleen moet de hond nu echt zwemmen. De enthousiastelingen onder ons zullen de eerste meter overslaan, anderen zullen behoedzaam het water ingaan. Ik persoonlijk zie liever wijze nummer twee. De eerste hond zal zich sneller beschadigen en deze werkhouding wordt van kwaad tot erger. Niets is erger dan een hond die de buik openhaalt aan rietstengels die onder water liggen.
Water is voor een hond gezond. Hij heeft bij de inspanning weinig weerstand en ongemerkt werkt de trainer tijdens waterwerk aan de conditie van de hond. De afstanden die een hond zwemt, hangen natuurlijk wel af van de leeftijd en zijn conditie. Maak je de afstand te groot, zal de hond zijn zelfvertrouwen verliezen en bang worden. Resultaat: hij gaat het water niet meer in.
De temperatuur is ook heel belangrijk. Zeker voor pups en hele jonge honden. Sommige honden zijn heel gevoelig voor de temperatuur van het water en andere niet.
De winterperiode is een ongunstige tijd om met jonge honden waterwerk te trainen. Als trainer moet je dit heel langzaam opvoeren. Weten wanneer je moet stoppen omdat het water te koud wordt, of weer door moet gaan met een watertemperatuur die net lager ligt dan waar je gestopt was.
