Uitsturen en komen op bevel
Binnen het jachthonden training circuit wordt vaak neergekeken op de onderdelen
die behoren bij het C diploma. De“ervaren” voor(jagers) onder ons lachen vaak om
de onderdelen zoals: Aangelijnd en los volgen en het uitsturen en komen op
bevel. Zij bezitten ervaren honden, die zoals zij dat noemen, uitgaan als een
speer! De rest laat zich raden: Van terugkomen op bevel is niet of nauwelijks
sprake. Ja, als de hond op het veld is uitgejaagd en dat is geen verdienste van
de voorjager.
Sommige beweren “hij hoeft van mij niet gelijk terug te komen want in het veld
ruikt hij van alles daar heb ik een jachthond voor”. Nee, hij komt niet gelijk
terug omdat hij in het veld van alles ruikt en hij nooit te horen heeft gekregen
dat hij terug met komen op het bevel of erger nog, men het nooit voor elkaar
heeft gekregen om als voor(jager)deze werkeigenschappen te beheersen. Iedere
hond werkt voor zichzelf. Een “ the will to please” is in mijn ogen nonsens.
De hond wordt geboren met herkenbare elementen van het verwachte gedrag. Bij
jachthonden zal dat de neiging zijn om te jagen maar moet door de mens onder
controle worden gebracht. Dit genetisch bepaalde gedrag wordt instinct genoemd.
In het boek van Stanley Coren wordt het omschreven als, Nature-Nurture. Nature
staat voor natuur aangeboren gedrag en nurture verwijst naar gedrag dat is
ontstaan door leren en opgedane ervaringen.
Om terug te keren naar onze jonge hond houdt dit voor u in dat u een jachthond
heeft gekocht met aangeboren jacht werk eigenschappen (Nature) en dat u moet
zorgen dat u de hond duidelijk maakt wat de regels van het spel zijn om op onze
voor(jager) met zijn hond terug te komen. Uitgaan als een speer prima, neus
gebruiken op het veld ook prima maar dat de verdienste van de fokker die een
goede jachtlijn belangrijk vond. Terugkomen op bevel is nurture en hoort bij de
voorjager Die moet de hond dat leren en dus zijn we weer aangekomen bij het
onderdeel uitsturen en komen op bevel.
Als de hond klein is vinden mensen het gedrag van hun jachthond mooi en
spannend. Het trekken aan de lijn wordt in het begin als spannend ervaren. Hij
ruikt van alles en wil het halen zegt men dan. Nee, hond laat de mens uit. Ik
wil links en jij gaat mee zegt hij tegen de mens. “Oké” zegt de mens. Ik kom
eraan want jij moet plassen en jij mag de boom kiezen. Nurture noemen we dit:
Aangeleerd gedrag door opgedane ervaring.
In het volgend stadium loopt de hond, inmiddels alweer wat groter, veel los vaak
op een uitlaatveld. “Ga maar en doe waar je zin in hebt en als je klaar ben zie
ik je wel terug. Fijn dat er omheinde uitlaatveldjes zijn. Kunnen we in ieder
geval zeggen dat hij nooit wegloopt. In het bos loopt dezelfde hond vaak aan de
lijn. Als excuus zegt de mens met een klein beetje trots in de stem, “anders
gaat hij achter de konijntjes aan, want het is een jachthond” Resultaat: de
jachthond loopt los op het uitlaatveld en aangelijnd in het bos.
Goed dat er puppycursussen zijn speciaal voor jachthonden. Hier kunnen we de
mens leren hoe om te gaan met zijn jachthond om er jaren plezier aan te beleven.
Apporteren is een belangrijk onderdeel in jachttraining.
Je begint de training met 8 weken door met een opgerolde sok te spelen je gooit
de sok weg en laat de pup er achter aan rennen Een gang of hal is hier
uitermate goed geschikt voor. Probeer de pup op te vangen op de terugweg voor hij de kamer in rent. Dit vroege
apporteren ontwikkeld zijn natuurlijke aanleg. Met 10 weken brengt de pup
in de tuin een puppy canvas dummie terug en als de pup op de terugweg is
probeer je de afstand iets te vergroten door achter uit te lopen. Zorg dat de pup altijd een halsband om heeft met een kort lijntje er aan
zodat hij niet langs je op kan schieten.
Gooi een dummie nooit op een plaats waar de pup bij je weg kan lopen,
gooi wel richting voordeur maar niet richting huiskamer of je moet tussen de
ingang van de kamer en de pup staan. Op deze leeftijd mag je de pup kennis laten
maken met dood wild . Gooi voor de pup een duif. Met een beetje aanmoediging zal
de pup de duif oppakken. Het is jouw taak de pup gedurende het apporteren aan te
moedigen het apport vast te houden. Je doet dit door jezelf te verbergen als hij
met het apport in beeld komt en het vervolgens aan te pakken voordat hij
het laat vallen. Maak er geen punt van als de pup het apport laat vallen. Het vasthouden is een
onderdeel van de training en de pup leert dit later. Nu is het belangrijk dat je
het apporteren aanmoedigt. Maak er geen zoektocht van. Zorg dat het apport voor
de pup makkelijk te vinden is werk dus niet in hoog gras of op andere
plaatsen waar het zicht slecht is. De pup moet eerst zijn ogen leren
gebruiken. Gooi niet teveel dummies en stop op een punt dat de pup nog wel een
keer wil gaan.
Werk met een pup die uitgerust is. Laat hem daarna niet met de kinderen spelen
maar laat hem uit om te plassen en laat hem in de bench rustig slapen tot hij
uit zich zelf wakker wordt.
Zit-commando
We onderscheiden:
Zit commando
Zit commando aan de voet in lichaamstaal
Hold commando (blijf zitten)
Zit commando
Het zit commando is
voor een jachthond één van de belangrijkste commando’s. Je zegt eigenlijk “Time
out” er gaat wat gebeuren er volgt een nieuwe opdracht. Het is een onderdeel van
een proces naar samenwerking. Samenwerking is gebaseerd op vertrouwen Als de
hond geen vertrouwen heeft in de voorjager laat de hond een onzekere houding
zien. Hoe onduidelijker de voorjager des te onzekerder is de hond. Zorg ervoor
dat het voor de hond duidelijk is wat je van hem verwacht. Het commando zit
houdt in zitten en niets anders
Een hond in zit positie moet aandacht hebben voor de voorjager. Aandacht hebben
voor de voorjager is iets dat de hond op jonge leeftijd moet leren:
Laat de hond zitten, ga voor de hond staan met een brokje in de hand en zeg:
“Let Op” Als de hond naar je kijkt krijgt hij het brokje. Herhaal deze oefening
net zolang tot de hond bij het commando “let op”aandacht heeft.
Nu ga je de
aandacht vast houden (de uitgangspositie is recht voor de hond):
Stap met de brok zichtbaar in de hand uit naar links, neem de uitgangspositie
weer in en stap uit naar rechts. Bij elk onderdeel zeg je duidelijk ‘Let op”.
Als de hond onrustig wordt of het zitcommando opheft breng je rust in je hond
door de hond opnieuw in zit positie te brengen vanuit deze positie kunnen we het
programma vervolgen.
Een jachthond werkt altijd vanuit een zit positie. Als de hond langer moet wachten voor hij kan werken wordt hij in de down of lig positie gebracht. Puppy’s tussen de 8 en 16 weken hebben nog geen geduld om zolang te wachten en dat hoeft ook niet leg de pup aan een ijzeren kurkentrekker en laat de hond met rust tijden de periode dat er niet mee gewerkt wordt. Zorg dat de afstand tussen twee puppy's groot genoeg is dat zij niet met elkaar kunnen stoeien Blaffen en piepen is niet aan de orde en wordt gecorrigeerd.
Duidelijkheid geeft
een hond rust hij spaart zijn energie.
Zit commando aan de voet
De enige taal die
een hond verstaat is lichaamtaal. Honden communiceren grotendeels via
lichaamtaal. Denk maar aan tanden optrekken, borstelen, staart hoog, staart laag
enz...
Wij leren op de non-verbale wijze met onze honden communiceren. Het zit commando
aan de voet --- tikken tegen de zijkant van de laars, eigenlijk zeggen wij, kom
dichterbij en ga zitten naast mijn voet. Wij herhalen deze beweging en trekken
de hond zachtjes in de gewenste positie. Op het moment dat de hond in de juiste
positie zit belonen wij de hond met een brokje.
Hold (houden van de zit positie)
Zit en blijf is een
overbodig en veelvuldig gebruikt commando immers een hond heft het gegeven
commando nooit op. Laat het zit commando vergezeld gaan met een neerwaartse
beweging met de rechterhand voor de snuit van de hond. De beweging benadrukt het
commando. Hierna nemen wij twee passen afstand. De hond heeft nu vrij zicht en
wordt hierdoor instaat gesteld de omgeving te bekijken.
Attentie vasthouden door:
alle bewegingen dienen kort en duidelijk te zijn;
commando’s dienen kort en duidelijk te zijn (liefst alleen fluitsignalen);
gebruik geen verkleinwoordjes (apportje);
vraag niet vriendelijk maar eis duidelijk het gewenste gedrag;
realiseer je dat je met een hond werkt;
een hond verstaat geen taal, een hond kan niet denken;
het korte geheugen van een hond is erg kort, een paar seconden;
ga zorgvuldig om met de beloning;
gedraag je als een leider;
wees consequent;
Doel: De hond neemt tenminste 40 meter afstand van de voorjager en komt op een commando zo snel mogelijk terug .
Stap 1: Maak de hond bekend met de Pilon
De helper houdt de hond vast op ongeveer 25 meter afstand van de Pilon. De voorjager staat naast de Pilon en legt voor de hond zichtbaar een brok op de Pilon en vraagt aandacht doormiddel van het roepen van de naam van de hond. Als de hond kijkt geeft de voorjager het commando hier. De hond vertrekt naar de voorjager vanuit de zitpositie. Wijs de hond op de brok die op de Pilon ligt na het eten van de brok moet de hond gaan zitten op het commando zit.
De voorjager neemt twee meter afstand en de hond krijgt het commando hier en komt voor de voorjager in zit positie met het commando zit
Stap 2: Stuur de hond naar de Pilon vanaf 10 meter afstand met het commando vooruit.
De hond zit naast de voorjager en houdt de aangewezen plaats. De voorjager loopt, met het gezicht naar de hond toe richting Pilon en legt voor de hond zichtbaar een brok op de Pilon. Loopt terug naar de hond, gaat naast de hond staan en geeft het commando vooruit met een kleine zwaai beweging richting Pilon. Als de hond bij de Pilon de brok heeft opgegeten krijgt hij het commando zit. Als de hond niet gaat zitten loopt de voorjager richting Pilon en geeft het commando zit waarna de voorjager de hond in de zitpositie zet. De hond houdt de aangewezen plaats en de voorjager loopt terug naar de inzetplaat (met het gezicht naar de hond toe afstand nemen). Daar geeft de voorjager de hond het commando hier. De hond komt naar de voorjager toe en gaat in zitpositie voor de voorjager zitten. Gaat de hond niet gelijk zitten krijgt hij het commando zit.
Stap 3: Stuur de hond naar de Pilon vanaf 10 meter afstand met het commando vooruit.
zoals stap 2
het verschil is:
- geen brok bij de Pilon maar een brok bij de voorjager als de
hond terugkomt
- de voorjager neemt afstand van de hond met de rug naar de hond toe
Als stap 3 goed gaat en de hond kent het spel mag je de afstand vergroten tot ongeveer 40 meter. Tot nu toe staat de Pilon altijd op de zelfde plaats en op het zelfde terrein.
Stap 4: Plaats de Pilon op een ander terrein vlak voor de bosrand.
Herhaal stap 2 en daarna stap 3 (regel is: Als er iets nieuws geleerd wordt maak dan de afstand altijd korter.)
Stap 5: Plaats de Pilon tegen de bosrand aan.
Herhaal stap 3.
Stap 6: Plaats de Pilon half zichtbaar in de bosrand.
Herhaal stap 3.
Stap 7: Plaats de Pilon onzichtbaar in de bosrand.
Herhaal stap 3 en fluit de hond voor de bosrand terug.
Voorkomen ( commando “hier”)
Aanleren van de kom fluit
De hond werkt bij
deze oefening aan de lange lijn. Dit is een hulpmiddel voor hond en voorjager.
De lange lijn moet ongeveer 10 tot 12 meter zijn. Een te lange lijn werkt
moeilijk en als de lijn tekort is mist het zijn doel( controle over de hond op
afstand).
Bij deze oefening is het van belang dat de hond blijft zitten. Wij werken vanuit
de zit positie. Als de hond blijft zitten neemt de voorjager langzaam afstand
door achteruit te lopen. Let daarbij op de hond maak de afstand niet te groot en
vergroot de afstand niet te snel. Als de hond regelmatig gaat staan of naar de
voorjager toe wil lopen moet de voorjager de afstand verkleinen.
In het begin zal de hond onzeker worden omdat hij niet weet welk gedrag er van hem verwacht wordt. Het is van het grootste belang dat de hond telkens weer op de zelfde plaats terug wordt gezet en dan nemen we weer opnieuw afstand.
Als je afstand hebt genomen en de hond blijft zitten geef je de hond het commando “hier” en daarbij trek je de hond zachtjes in jouw richting. Als de hond voor je staat geef je hem het commando “zit” Is dit gelukt prijs je hem de hemel in. In het begin heb je de lange lijn nodig om de hond zachtjes naar je toe te trekken. Later is een klein rukje al voldoende gevolgd door het commando “hier”. Ga daarna over op het fluit commando. De oefening is perfect waarneer je de hond kan laten zitten en komen zonder daarbij je stem te hebben gebruikt.
Voor gooien van korte markeerapportjes heb je het volgende nodig:
- een puppydummy
- vleugeltjes (veer)
- kleine wilddummy (konijn)
Een hond leert door herhalen. Het leren markeren dient dan ook vaak te gebeuren.
De afstanden zijn kort en de pup wordt in het begin dan ook altijd geholpen als
deze het apport niet heeft zien vallen of niet goed weet wat de bedoeling van
dit spel is. In het begin gooien we een puppydummy voor de hond (altijd)
zichtbaar een klein stukje het bos in. De pup wordt vastgehouden tot de dummy is
gevallen en vervolgens gelijk losgelaten met het commando “apport”.
Als de hond het apport vast heeft probeert de voorjager de hond op alle
mogelijke manieren bij zich te krijgen. Weglopen geeft vaak het meeste succes.
De hond hoeft het apport niet gelijk af te geven maar de voorjager moet wel
voorkomen dat, het weglopen met de “buit” geen normale gang van zaken wordt. De
hond hoeft bij het afgeven ook nog niet te gaan zitten om het apport aan te
bieden dit komt pas later aan bod. Het doel is het leren apporteren. Bij een
Retriever zal het apporteren zelden een probleem zijn. Bij Staande Honden kan
het apporteren even op zich laten wachten. Eigenlijk is dat ook niet hun taak.
Als de hond het spel kent beginnen we met het weggooien van het vleugeltje en de
wilddummy. Als de hond op kleine afstand kan markeren verhogen we de afstand.
Voor het markeren gelden een paar regels een paar ervan zijn:
- Gooi nooit een markeerapport twee keer op dezelfde plaats.
- Gooi altijd, zeker bij jonge honden tegen de wind in.